zaterdag 5 september 2009

Het testament van Savonarola



Stel...ik weet dat het wat bizar klinkt, maar stel nu dat je een volk(je) wil uitmoorden. Een genocide dus. Dan weet je toch dat het niet mag opvallen. Dan moet je niet gaan doen als die gek Adolf H. of zoals in Rwanda in 1994. Nee, dan doe je dat zo sluw en subtiel mogelijk en je neemt er vooral alle tijd voor. De oudste gaan wel vanzelf en je concentreert dan uiteraard op de tussengeneratie. Je maakt er een paar onvruchtbaar, andere doe je een ziekte krijgen, nog andere verongelukken of worden van kant gemaakt door een soortgenoot. Enzoverder....Enzoverder...

Nu is het precies die redenering die Girolamo Savonarola in de maand mei van de het jaar onzes Heren 1498 moet gemaakt hebben toen hij zijn trouwe volgelingen toesprak in Firenze. Hij had in de afgelopen vier jaar boeken laten verbranden en kunstwerken laten vernietigen, maar hij besefte dat er een einde was gekomen aan zijn heerschappij voor hij zijn werk kon afmaken. Iedereen in de straten was ostentatief beginnen dobbelen (wat streng verboden was) en er was niemand meer die er tegen inging.
Savonarola zou op de brandstapel eindigen net zoals die duizenden boeken die op zijn bevel het zelfde lot beschoren waren.
En daarom moet hij tegen zijn schaarse volgelingen gezegd hebben dat ze moesten vluchten en het in het vervolg subtieler moesten aanpakken.
"Word bibliothecaris", zei hij, ... "of archivaris". "Predik de liefde voor het boek, maar neem intussen allerlei maatregelen om zoveel mogelijk boeken te vernietigen". En zo geschiedde. Ze gingen en vermenigvuldigden zich. Tot ver buiten Firenze. Ze noemden zich de neo-talibanisten, jaja, nog voor de echte talibanisten er waren. Dankzij de onverschilligheid van het gepeupel en de zelfgenoegzaamheid van de kleine buger die zich graag laat inlepelen dat er een goed bewaarbeleid is, konden zij steeds driester te werk gaan. Ze lieten vuilniskarren en benevelde koelies aanrukken. Massaal naar de verbrandingsoven, de moderne brandstapel. En bibliografieën werden dodenlijsten. En triomf was het en ere aan hun meester.
Ze slaagden er zelfs in om de mensen te doen geloven dat er niet eens zoveel boeken bestaan hadden. En ook de waarde (in welke zin dan ook) ervan, werd geminimaliseerd.
Ze namen er echt hun tijd voor. 5 eeuwen lang zijn ze nu al bezig en hun belangrijkste probleem is dat er toch nog boeken bijkomen. Onder andere met overdrukken van werken, waarvan ze gedacht hadden dat ze die vernietigd hadden.
Daarom zeggen ze nu: "Je kunt toch niet alles sparen" en grinnikend slepen ze nog meer naar de ovens.
Maar ook hun rijk begint te deemsteren. Want de Abib is geboren. Bemand door de Wereldarchivaris. Een kruisvaarder met een karretje aan een fiets en gewapend met alleen zijn tong. Gelukkig beschikt hij over spionnen die hem inlichten over geheime massavernietigingen van boeken die gepland zijn. En dan lijkt wel het toverij, als je ziet hoe hij duizenden boeken kan redden uit de klauwen van de neo-talibanisten.
















Op de afbeelding hierboven zie je hoe Savonarola
zelf aan zijn einde kwam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen